Het begon met een ontmoeting met Kees Rijnboutt, die ik interviewde voor het BNA-blad. Daarna begon ik te schrijven en redigeren voor het Rijnboutt Magazine en de website. Ik deed interviews met partners, opdrachtgevers, ontwikkelaars en aannemers, en vroeg beleidsmakers en beschouwers naar hun visie op de gebouwde omgeving.


“Opstappen is best verfrissend”

Het kwam voor velen als een totale verrassing in het maandagochtend-overleg: het vertrek van algemeen directeur Bart van der Vossen. Vijfentwintig jaar lang was hij een verbindende factor binnen Rijnboutt, nu gaat hij zijn maatschappelijke ambities buiten het kantoor verkennen.

Toen hij ging studeren was het een twijfelpunt: medicijnen of bouwkunde? “Ik heb vaak gedacht was ik maar huisarts geworden,” zegt Bart van der Vossen lachend. “Dan wordt je expertise tenminste erkend, althans door de meeste mensen. Als architect moet je voortdurend knokken voor erkenning van het vakmanschap en je positie bevechten. En het lastige is dat architecten nog steeds niet zo goed zijn in lobbyen.” Een blik op zijn staat van dienst als architect, partner en algemeen directeur bij Rijnboutt, wekt de indruk dat het hem toch aardig gelukt is.

Ideale opdracht

Vijfentwintig jaar Rijnboutt; hoe loop je daar in een uurtje doorheen? Van der Vossen praat liever over processen dan resultaten. Op verzoek noemt hij twee projecten die hem na aan het hart liggen. De eerste is de Ontmoeting in Amstelveen, een complex met een gevarieerde mix van woningen voor 55-plussers en zorg- en welzijnsvoorzieningen voor een breder publiek. Een samenwerking met aannemer De Nijs, midden in de financiële crisis. Van der Vossen: “Dat was de ideale opdracht in een gekke tijd. Toen we gingen pitchen in 2007 kwamen er voor ons twintig mannen in pak de deur uit: een enorm consortium van beleggers en financiers. En toen kwamen wij, Winfred de Nijs en ik.”